top of page

Mijn haat-liefdeverhouding met (diabetes)technologie

Tegenwoordig kun je alles meten. De stappen die je zet, de kilometers die je maakt, het aantal uren dat je slaapt, je hartslag en het aantal calorieën dat je verbrandt. Als je een smartwatch hebt kun je zelfs zien op welke manier je ademhaalt en met welke snelheden je een trap op- en af loopt. En als je diabetes hebt, kun je nog meer meetbare dingen aan dit lijstje toevoegen. Je bloedsuikers op het moment, je 'tijd binnen bereik' van de afgelopen weken, je hbA1c, de eenheden insuline die je spuit en het aantal koolhydraten dat je binnenkrijgt. Alles draait om cijfers. Hoewel het natuurlijk fantastisch is dat dit allemaal kan, voelt het voor mij soms ook als een soort wedstrijd die ik niet kan winnen.



Mijn telefoon is mijn beste vriend, maar ook mijn grootste vijand. Soms maakt hij me blij en trots, soms teleurgesteld en boos. Op mezelf, bedoel ik dan vooral. Want het is de bedoeling dat ik het allemaal in de hand heb. Worden de cijfers van mijn glucosegrafiek oranje of rood? Gefaald! Is mijn insulinebehoefte die dag ineens iets hoger dan normaal? Tja, dan heb ik vast weer iets verkeerd berekend. Die 42 (externe) factoren die van invloed zijn op je bloedsuikers bestaan dan even niet. In mijn hoofd is de enige mogelijkheid dat ik zelf een fout heb gemaakt.


Het is alsof mijn iPhone me de hele dag door op de hoogte houdt van hoe goed of slecht ik het doe in het leven. Een collega-diabeet beschreef het laatst als een chronisch schuldgevoel, en ik heb nog niet eerder een woord gehoord dat mijn gevoel beter beschrijft dan dat. Ondanks dat me bij ziekenhuiscontroles keer op keer wordt verteld dat het zo goed gaat en ik een soort 'ideale patiënt' ben, ligt mijn focus vooral op dat ene dingetje dat beter kan. Ik moet en zal een hoge score halen.



Ja, die gedrevenheid zorgt ervoor dat de kans op complicaties vanwege mijn diabetes kleiner is. Maar het zorgt ook voor onrust, stress en ontevredenheid. Aan de buitenkant zie je hier weinig van, want ik laat me er niet echt door tegenhouden. Ik doe alles wat ik wil doen, ik kan gewoon werken, ik reis veel, doe aan sport en zie mijn vrienden en familie vaak. Eigenlijk heb ik een superleuk leven, maar toch knaagt er altijd iets. En dat knaagdier wil ik heel graag vrijlaten. Ik weet alleen nog niet precies hoe.

Comments


bottom of page